BTN-gedragscode
Een zorgorganisatie welke aangesloten is bij
BTN is herkenbaar en moet daarom
voldoen aan een gedragscode, vergelijkbaar met de gangbare professionele
gedragscodes, welke bestaat uit een zevental aspecten, welke toetsbaar zijn,
te weten:
1. De zorgorganisatie is een sterk naar buiten-
c.q. op de cliëntgerichte organisatie, waarbij de vraag van de cliënt
het vertrekpunt is. De verantwoordelijkheid t.a.v. de zorg ligt bij een drietal
partijen, te weten: de cliënt, de professional
en de zorgorganisatie.
2. De organisatie is een professionele organisatie,
waarin de beroepskrachten (met name uitvoerend medewerkers), vanuit hun deskundigheid,
de kwaliteit van de zorg garanderen. Als zodanig worden zij ook door de organisatie
benaderd en ingezet. De organisatie is voorwaardenscheppend (met name in de sfeer
van HRM) voor de uitvoering van zorg/hulp door de beroepskrachten.
3. De organisatie is servicegericht. De medewerkers
van de organisatie nemen hun verantwoording voor wat betreft het totale zorgproces
en voor de aspecten die daaruit voortvloeien. Dit betreft een goede informatievoorziening,
adviesfunctie en uitvoering met betrekking tot het vaststellen van de vraag,
de zorguitvoering, evaluatie en beëin-diging van de vraag.
4. Toegankelijkheid. De organisatie is 24-uur
bereikbaar en signalen van cliënten
worden binnen 24 uur opgepakt.
5. De organisatie kenmerkt zich door ondernemerschap.
Ondernemerschap in die zin dat de professional samen met de cliënt de zorgdoelen
bepaalt en waarbij de vraag van de cliënt bepalend c.q. sturend is. Daarnaast
kenmerkt het ondernemerschap zich ook door slagvaardigheid en flexibiliteit,
met als doel het voorkomen van onnodige bureaucratie door het primaire proces
(het verlenen van zorg) en vervolgens de bijbehorende bedrijfsvoering voorop
te stellen. Controle in de zin van resultaatscontrole wordt als essentieel ervaren
en moet een meerwaarde vertegenwoordigen voor het zorgproces en het bedrijfsresultaat.
6. De organisatie hanteert een winststreven.
Dit winststreven is a-priori gericht op de continuïteit van de organisatie
en secundair op de belangen van de aandeelhouders / vennoten of bij een AWBZ-organisatie
voor de opbouw van een weerstandsvermogen (zgn. positieve RAK).
7. De organisatie heeft een aantoonbare solide
bedrijfsvoering, wat blijkt uit (eventueel) beschikbaar te stellen jaarrekeningen.
Toetsing
De toetsing vindt plaats d.m.v. certificering. De organisatie moet gecertificeerd
worden op een drietal aspecten, namelijk HKZ, ISO en de zogeheten BTN normen.
De BTN normen bestaan in eerste aanleg uit de bovenstaande gedragscode. De organisatie
dient integraal gecertificeerd te worden op de eerder genoemde aspecten en ontvangt
hiervoor een tweetal certificaten: voor HKZ en ISO het certificaat van de certificerende
instelling, en het BTN-certificaat voor het voldoen aan de BTN-normen.