Wat wil het kabinet Balkenende bereiken met de Wet Maatschappelijke Ondersteuning?
In de door het kabinet geschreven contourennota: “Op weg naar een bestendig stelstel voor langdurige zorg en Maatschappelijke Ondersteuning” wordt gesteld, dat de AWBZ in de toekomst financieel onhoudbaar c.q. onhaalbaar is. De oplossing wordt door het kabinet gezocht in de invoering van de zogenaamde Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO).
In deze wet worden de Wet Voorzieningen Gehandicapten, enkele subsidieregelingen, de Welzijnswet en enkele AWBZ aanspraken ondergebracht. De belangrijkste aspecten welke men met de WMO wil bereiken zijn de navolgende:
1. De burger zal meer eigen verantwoordelijkheid moeten nemen
Dit wil het kabinet met name realiseren door op lokaal niveau de gemeenten meer verantwoordelijkheden te geven, waarbij men ervan uitgaat dat de gemeenten in staat zijn burgers hierbij te stimuleren! Wonen, welzijn en mobiliteit zijn in eerste instantie dus een verantwoordelijkheid voor de burger (lees gemeente). Gemeenten kunnen in deze een ondersteunende rol vervullen, maar hebben, let wel: GEEN ZORGPLICHT! Met andere woorden, mensen hebben niet automatisch, vanuit de overheid recht op een voorziening, maar zijn, anders gesteld, op zichzelf aangewezen!
2. Betaalbaarheid en toegankelijkheid van de zorg moeten gecontinueerd worden
Het kabinet Balkenende gaat ervan uit dat bij ongewijzigd beleid er een enorme grote toename van vraag zal zijn voor wat betreft de AWBZ zorg. Hierdoor zal de premie rondom 2010 met ongeveer vier à vijf procent stijgen ten opzichte van de premie vorig jaar (2003). Het kabinet denkt door de invoering van de WMO en daarbij dus het verkleinen van het pakket van de AWBZ de bovenstaande problemen op te kunnen vangen. Daarbij komen nog andere kostenbesparende maatregelingen zoals: verhogingen van eigen bijdragen, introductie van een strengere indicatiestelling, meer concurrentie tussen zorgaanbieders en het op termijn onderbrengen van de volledige AWBZ binnen een basisverzekering. Al met al betekent dit dat huishoudelijke verzorging, met name de Enkelvoudige Zorg (onderdeel Huishoudelijke Verzorging), van het kabinet mag verdwijnen uit de AWBZ.
3. Rol van gemeenten
Zoals eerder gesteld hebben gemeenten geen zorgplicht bij het uitvoeren van de WMO. De WMO regelt slechts de verantwoordelijkheid van gemeenten om voor de ondersteuning van haar burgers beleid te voeren op een aantal velden. Het kabinet Balkenende wil de gemeenten als regisseur beleidsvrijheid geven bij de uitvoering van de WMO. De vrijgevallen AWBZ middelen (lees: HVZ productie) worden via het gemeentefonds aan de gemeenten toegekend. De gemeenten krijgen zelfs de ruimte de indicatiestelling te bepalen en of ze een eigen bijdrage vragen en hoeveel.
Wat is het standpunt van Branchebelang Thuiszorg Nederland op WMO?
De komende tijd zal BTN zich hard maken voor het niet doorvoeren van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning zoals hierboven beschreven. BTN heeft zo haar redenen om enigszins controversieel te reageren op het bovenstaande standpunt van het kabinet Balkenende, te weten:
Vanzelfsprekend is het zo dat ook BTN voor meer eigen verantwoordelijkheid is van de burgers in dit land. Een belangrijk gegeven daarbij is wel, dat op het moment dat je burgers meer eigen verantwoordelijkheid geeft je ze ook de mogelijkheid moet geven om te kunnen kiezen. Zeker als je als je van diezelfde burgers verwacht dat zij ook nog, naast het feit dat zij sowieso de geleverde producten al zelf betalen (d.m.v. werkgevers - en werknemers -premies!!!!), een zgn. eigen bijdrage betalen!
De burger is er niet bij gebaat dat de overheid (lees gemeenten) de door haar ingebrachte premiegelden op een verkeerde wijze “labelt” en op die wijze geld, wat nu direct terecht komt op de plaats waar het thuishoort, op een verkeerde wijze gebruikt wordt.
Het grote risico is nu dat de ene gemeente de vrijkomende middelen gaat gebruiken als een bijstandsproduct en de andere gemeente voor welzijn!
Als de overheid vindt dat de Enkelvoudige Zorg niet meer thuishoort binnen de AWBZ dan moet men de AWBZ premie verlagen en het aan de burgers zelf overlaten om het product in te kopen.
Voor wat betreft de betaalbaarheid en de toegankelijkheid van de zorg is het standpunt van BTN al jaren dat met hetzelfde geld meer zorg geleverd kan en moet worden. Door meer concurrentie binnen de zorg te introduceren, ontstaat naar de mening van BTN, de mogelijkheid om + tien (10) procent meer zorg te leveren met het huidige budget! Dit zal zeker niet gerealiseerd worden op het moment dat de budgetten voor huishoudelijke zorg ondergebracht zullen worden bij gemeenten. Gevolg: Meer kosten, minder zorg en meer bureaucratie!!!
Hierbij dient ook nog te worden aangetekend dat gemeenten niet of weinig bereid zijn om mee te werken aan de invoering van de WMO. Een groot aantal gemeentes hebben inmiddels gesteld, dat zij niet voor de invoering van de WMO zijn en ook niet echt bereid zijn om mee te werken.
Dat de AWBZ moet worden afgebouwd als volksverzekering is overigens voor BTN geen issue. Alle producten kunnen naar de mening van BTN ondergebracht worden in één basisverzekering. Hierdoor kunnen alle zorgcomponenten worden aangeboden (ook de Enkelvoudige Zorg) en kunnen cliënten zelf kiezen of zij zich wel of niet willen bijverzekeren voor “luxere” zorgproducten. De overheid neemt op deze wijze gepast afstand en de cliënt neemt zijn haar/zijn eigen verantwoordelijkheid!
Ook zorgverzekeraars aan hebben gegeven, dat zij met alle plezier alle zorgcomponenten welke op dit moment binnen de AWBZ gebracht zijn binnen een basisverzekering willen onderbrengen en daar de verantwoordelijkheid voor willen nemen.