Het onderzoek van de NMa is een herorientatie op de vraag of AWBZ marktspelers in staat zijn om met elkaar te concurreren. Dit zal worden onderzocht in de relevante economische en gewijzigde juridische context zoals die is ontstaan na de wijziging van de AWBZ per 1 april 2003. De NMa heeft daartoe een zogeheten consultatiedocument opgesteld en voorgelegd aan alle marktpartijen. Dat document bestaat uit een groot aantal vragen; de antwoorden daarop van BTN kunt u hieronder lezen.
Op 28 juli 2003 heeft de bestuurder van BTN, de heer Arie Treffers, een constructief gesprek gehad met de NMa, onder andere over de antwoorden van BTN. Volgens de planning van de NMa is er op 14 augustus een bijeenkomst waarin partijen hun mondelinge visie naar voren kunnen brengen, waarna op 15 augustus de consultatieronde wordt afgesloten.
Informatie over oneerlijke concurentieverhoudingen kunt u (biljven) opsturen aan de NMa (postbus 16326, 2500 BH Den Haag).
DE VRAGEN UIT HET CONSULTATIEDOCUMENT NMa EN DE ANTWOORDEN VAN BTN
Vraag 1:
Welke gevolgen verwacht u van de ontschotting voor het productenpakket van de zorgaanbieders?
Antwoord:
Het gevolg zou moeten zijn, zoals omschreven in artikel 24 van dit document, dat instellingen die tot 1 april 2003 waren toegelaten om hun institutionele zorgpakket aan te bieden, in staat moeten zijn en de mogelijkheid moeten krijgen, om diensten aan een bredere groep patiënten aan te gaan bieden. Branchebelang Thuiszorg Nederland ervaart op dit moment nog enorm veel tegenwerking voor wat betreft het toelaten van de leden op deze verschillende terreinen binnen de AWBZ, met name als het gaat om thuiszorginstellingen welke ook willen functioneren binnen de intramurale setting. Hierbij is een extra lastig gegeven dat de zorg die op dit moment geïndiceerd is voor intramurale cliënten nog met BTW belast is. Een vreemde zaak, aangezien de thuiszorgindicaties vrij zijn van BTW. Op korte termijn dient hier een uniformering plaats te vinden. Dit is overigens door het Ministerie van VWS toegezegd op 24-11-2001 (!) tijdens een bestuurlijk overleg tussen VWS (Staatssecretaris Vliegenthart), LVT en BTN. Dat het één en ander nog niet goed geregeld is, kunt u lezen in de brief van het Ministerie van Financiën van 16 juli jl. (bijlage 1). Hieruit blijkt duidelijk dat de ingezette modernisering van de AWBZ nog geen wortels heeft gekregen binnen, in dit geval, het Ministerie van Financiën.
Vraag 2:
In welke mate verwacht u dat huidige aanbieders op andere deelmarkten zullen toetreden en/of dat nieuwe spelers op de deelmarkten zullen toetreden?
Antwoord:
Op het moment dat de regels door met name zorgkantoren gelijkwaardig worden ingevuld ten opzichte van alle aanbieders in Nederland, dan zullen er zeker meerdere aanbieders op andere deelmarkten gaan acteren en willen gaan acteren. De leden van Branchebelang Thuiszorg Nederland zijn gaarne bereid om ook op die deelmarkten waar ze op dit moment niet acteren te investeren en door te groeien.
Vraag 3:
Verwacht u dat er in bepaalde (deel)markten meer toetreding zal plaatsvinden dan in andere (deel)markten? Wat zijn hiervoor de redenen?
Antwoord:
De keuze om in bepaalde (deel)markten wel of niet toe te treden, hangt puur af van de mogelijkheden van de organisaties. Organisaties (aanbieders) zullen zich met name afvragen op welke deelmarkten zij zich met hun specifieke kwaliteiten kunnen infiltreren en hun activiteiten kunnen uitbouwen. Wat tot voor kort “krenten in de pap” genoemd werd, zal op korte termijn meer als “een specialisme” (kernfunctie of kerntaak) gezien gaan worden. Het lijkt Branchebelang Thuiszorg Nederland een uitstekende ontwikkeling dat partijen zich met name richten op die zaken waar ze goed in zijn. Naar de mening van Branchebelang Thuiszorg Nederland zijn cliënten beter af met organisaties (aanbieders) die zich met name richten op “core business” in plaats van het insteken op monopolie. Monopolie maakt dat organisaties min of meer op lange termijn onbestuurbaar worden en de kostprijs van het product oneigenlijke vormen aan zal nemen. Het belangrijkste probleem dat ontstaat is dat de cliënt niet meer weet waar hij of zij aan toe is.
Vraag 4:
Vormt de WZV (Wet Ziekenhuis Voorzieningen) in de praktijk een belangrijke beperking om de functie verblijf aan te gaan bieden dan wel uit te breiden?
Antwoord:
De WZV vormt een belangrijke beperking en vraagt om afschaffing. Op het moment dat de WZV wordt afgeschaft en er ruimte wordt geboden aan partijen om meer op eigen initiatief activiteiten op het gebied van bouw gekoppeld aan zorg te ontwikkelen, dan ontstaat er een situatie dat de benodigde capaciteit in verband met de huidige WZV meer aangepast zal worden aan de vraag van de cliënt en organisaties zullen hier creatiever mee om gaan. Op dat punt ontstaat er op dat moment concurrentie op het gebied van functie verblijf. Een belangrijke ontwikkeling, daar op dat moment de monopolie van de huidige zorgleveranciers welke gelijktijdig het verblijf mee mogen regelen, doorbroken zal worden.
Vraag 5:
Is nacalculatie een voldoende voorwaarde voor aanbieders om hun beleid (beter) af te stemmen op de vraag?
Antwoord:
Branchebelang Thuiszorg Nederland is de mening toegedaan dat nacalculatie, gebaseerd op een goede kostprijs- en verkoopprijsberekening, op dit moment een voldoende voorwaarde zou zijn voor aanbieders om hun beleid beter af te stemmen op de vraag. Een belangrijke kanttekening die daarbij wel geplaatst moet worden, is dat dit dan wel moet gelden voor alle aanbieders en niet alleen voor bijvoorbeeld thuiszorg. Bij thuiszorg is op dit moment een volledige nacalculatie aan de orde, terwijl bij andere partijen (m.u. intramurale instituten) er duidelijke sprake is van meerdere voorwaarden, waardoor voor wat betreft de bedrijfsvoering niet echt sprake is van grote risico’s! Met andere woorden, die partijen kun je niet echt zien als echte marktpartijen (= oneerlijke concurrentie)!
Vraag 6:
Verwacht u dat zorgaanbieders als gevolg van de functiegewijze bekostiging en/of het verdwijnen van de contracteerplicht een financiële prikkel krijgen om te concurreren?
Antwoord:
Ja. Indien voldaan wordt aan het feit dat er een volledige output financiering zal plaatsvinden, met andere woorden “boter bij de vis” of zoals ook wordt gesteld “uurtje factuurtje”, en als daarnaast de contracteerplicht voor zorgkantoren verdwijnt, dan zal er met name meer een slag plaatsvinden op tarief in plaats van alleen maar op het gebied van kwaliteit.
Branchebelang Thuiszorg Nederland heeft de kwaliteit voor wat betreft de zorg hoog in het vaandel staan, maar de laatste decennia is er meer aandacht besteed aan de kwaliteit dan aan met name aan de kosten/baten kant voor wat betreft de zorg.
Naar de mening van Branchebelang Thuiszorg Nederland is de beste prikkel om enerzijds te gaan naar, zoals gesteld, volledige outputfinanciering en anderzijds de contracteerplicht voor zorgkantoren op termijn af te schaffen. Wel moet er dan de mogelijkheid zijn dat zorgaanbieders bij alle zorgkantoren in Nederland contractafspraken kunnen maken. Met andere woorden, indien er bij de ene partij (zorgkantoor) in de regio geen afspraak gemaakt kan worden, dan moet het zorgkantoor in een andere regio benaderd kunnen worden om eventueel wel die productieafspraak voor het komend jaar te kunnen maken. Op die wijze kan de zorgaanbieder blijven functioneren ook in het gebied van het zorgkantoor waar men geen productieafspraken mee kan maken!
Vraag 7:
Wat betekent de bevoegdheid van de Minister van VWS om tariefaanwijzingen te geven voor de mogelijke financiële prikkel voor zorgaanbieders om te concurreren?
Antwoord:
Die bevoegdheid van de Minister van VWS betekent niets anders dan dat zowel op regionaal niveau als op landelijk niveau partijen niet in staat zijn om zelf die financiële prikkel te realiseren. Hieraan ligt met name ten grondslag de zwakke positie van een groot aantal zorgkantoren in Nederland. Ongeveer 40 % van de zorgkantoren in Nederland zijn nog niet in staat om daadwerkelijk de concurrentie zelf de realiseren.
Vraag 8:
In hoeverre zal er sprake zijn van een “verschuiving” van volumes tussen de AWBZ-zorgaanbieders als gevolg van de gemitigeerde contracteerplicht?
Antwoord:
Naar de mening van Branchebelang Thuiszorg Nederland is het zo dat op het moment dat de contracteerplicht voor zorgkantoren wordt afgeschaft er waarschijnlijk alleen maar gecontracteerd zal worden met de “grote organisaties”. Het gevolg zal zijn dat de situatie van voor begin jaren ’90 bestendigd zal blijven en de concurrentie niet zal plaatsvinden. Daarnaast zullen de tarieven dus stijgen en zullen de kosten van de gezondheidszorg toenemen. Als belangrijkste ontwikkeling zal er geen vraagsturing, maar nog meer aanbodsturing plaatsvinden, zodat de cliënt minder, of zeg maar gerust weinig of geen, ruimte zal krijgen om zelf keuzes te maken.
Branchebelang Thuiszorg Nederland is een voorstander van het toelaten van meerdere aanbieders per regio en ook een voorstander van open contracten tussen zorgkantoren en de aanbieders. Er wordt tussen zorgaanbieder en zorgkantoor een tarief afgesproken en de zorgaanbieder moet er zelf voor zorg dragen dat de cliënt voor hem of haar zal kiezen. Cliënten kunnen dan daadwerkelijk kiezen. Zorgkantoren en brancheorganisaties hebben op dat moment alleen nog belang bij het feit dat de partijen welke worden gecontracteerd, voldoen aan de kwaliteit en dat ze aan de functies zoals genoemd binnen de AWBZ kunnen voldoen.
Vraag 9:
In hoeverre verwacht u dat zorgaanbieders gebruik zullen maken van de toegenomen ruimte voor productdifferentiatie en/of specialisatie?
Antwoord:
Zoals eerder gesteld zullen organisaties binnen de zorgmarkt insteken op hun eigen kwaliteit. Er zullen meer specialisten en meer gedifferentieerde organisaties ontstaan, waardoor het aanbod pluriform zal worden en waardoor de cliënt (zorgverzekeraar) meer mogelijkheden tot keuzes zal krijgen en een eigen zorgarrangement kan worden vastgesteld.
Vraag 10:
Welke rol kan het al dan niet afschaffen van de contracteerplicht hierin vervullen?
Antwoord:
Zie antwoord op vraag 8.
Vraag 11:
In welke mate zullen prikkels vanuit de vraagkant (zorgkantoren en patiënten) daadwerkelijk zorgen voor productdifferentiatie en innovatie?
Antwoord:
Op dit moment is er nog niet echt sprake van een cliëntengroep die daadwerkelijk kan en wil kiezen voor wat betreft de leveranties van zorg. De generatie die komt (op dit moment jonger dan 50 jaar) zal zeer zeker zelf de keus van zorgaanbieder en product willen maken. Met andere woorden, op dit moment zullen wij met elkaar de voorbereidingen moeten treffen voor een golf aan zorgvragen die komen binnen nu en 10 jaar!
Vraag 12:
Onderschrijft u deze conclusie van de NMA?
Antwoord:
Artikel 68 en 69 wordt volledig onderschreven. Voor wat betreft artikel 70 kan Branchebelang Thuiszorg Nederland het niet eens zijn met het feit dat het zorgkantoor de AWBZ zorgaanbieders kan selecteren mede als gevolg van de gemitigeerde contracteerverplichting. Hieraan ligt weer ten grondslag het uitgangspunt wat beschreven is bij vraag 8 c.q. antwoord 8.
Vraag 13:
Bestaan er wettelijke belemmeringen om vraagsturing in de AWBZ sector te laten plaatsvinden, zo ja welke?
Antwoord:
Naar de mening van Branchebelang Thuiszorg Nederland voldoet de modernisering AWBZ per
1 april 2003 als beleidsregel in grote lijnen aan het feit dat er zeer zeker wel vraagsturing in de AWBZ sector kan gaan plaatsvinden. Op een tweetal punten nog niet, te weten:
b. en de ontbrekende voorwaarden in een groot aantal regio’s (zie vraag 14).
Vraag 14: