Adressen leden
Lid worden?
Log in
Producten
BTN
Nieuws
E-mail
Contact
NMa CONSULTEERT DE BRANCHE OVER DE AWBZ
 

Het onderzoek van de NMa is een herorientatie op de vraag of AWBZ marktspelers in staat zijn om met elkaar te concurreren. Dit zal worden onderzocht in de relevante economische en gewijzigde juridische context zoals die is ontstaan na de wijziging van de AWBZ per 1 april 2003. De NMa heeft daartoe een zogeheten consultatiedocument opgesteld en voorgelegd aan alle marktpartijen. Dat document bestaat uit een groot aantal vragen; de antwoorden daarop van BTN kunt u hieronder lezen.

Op 28 juli 2003 heeft de bestuurder van BTN, de heer Arie Treffers, een constructief gesprek gehad met de NMa, onder andere over de antwoorden van BTN. Volgens de planning van de NMa is er op 14 augustus een bijeenkomst waarin partijen hun mondelinge visie naar voren kunnen brengen, waarna op 15 augustus de consultatieronde wordt afgesloten. 

Informatie over oneerlijke concurentieverhoudingen kunt u (biljven) opsturen aan de NMa (postbus 16326, 2500 BH  Den Haag).

DE VRAGEN UIT HET CONSULTATIEDOCUMENT NMa EN DE ANTWOORDEN VAN BTN

Vraag 1:

Welke gevolgen verwacht u van de ontschotting voor het productenpakket van de zorgaanbieders?

Antwoord:

Het gevolg zou moeten zijn, zoals omschreven in artikel 24 van dit document, dat instellingen die tot 1 april 2003 waren toegelaten om hun institutionele zorgpakket aan te bieden, in staat moeten zijn en de mogelijkheid moeten krijgen, om diensten aan een bredere groep patiënten aan te gaan bieden. Branchebelang Thuiszorg Nederland ervaart op dit moment nog enorm veel tegenwerking voor wat betreft het toelaten van de leden op deze verschillende terreinen binnen de AWBZ, met name als het gaat om thuiszorginstellingen welke ook willen functioneren binnen de intramurale setting. Hierbij is een extra lastig gegeven dat de zorg die op dit moment geïndiceerd is voor intramurale cliënten nog met BTW belast is. Een vreemde zaak, aangezien de thuiszorgindicaties vrij zijn van BTW. Op korte termijn dient hier een uniformering plaats te vinden. Dit is overigens door het Ministerie van VWS toegezegd op 24-11-2001 (!) tijdens een bestuurlijk overleg tussen VWS (Staatssecretaris Vliegenthart), LVT en BTN. Dat het één en ander nog niet goed geregeld is, kunt u lezen in de brief van het Ministerie van Financiën van 16 juli jl. (bijlage 1). Hieruit blijkt duidelijk dat de ingezette modernisering van de AWBZ nog geen wortels heeft gekregen binnen, in dit geval, het Ministerie van Financiën.  

Vraag 2:

In welke mate verwacht u dat huidige aanbieders op andere deelmarkten zullen toetreden en/of dat nieuwe spelers op de deelmarkten zullen toetreden?

Antwoord:

Op het moment dat de regels door met name zorgkantoren gelijkwaardig worden ingevuld ten opzichte van alle aanbieders in Nederland, dan zullen er zeker meerdere aanbieders op andere deelmarkten gaan acteren en willen gaan acteren. De leden van Branchebelang Thuiszorg Nederland zijn gaarne bereid om ook op die deelmarkten waar ze op dit moment niet acteren te investeren en door te groeien.  

Vraag 3:

Verwacht u dat er in bepaalde (deel)markten meer toetreding zal plaatsvinden dan in andere (deel)markten? Wat zijn hiervoor de redenen?

Antwoord:

De keuze om in bepaalde (deel)markten wel of niet toe te treden, hangt puur af van de mogelijkheden van de organisaties. Organisaties (aanbieders) zullen zich met name afvragen op welke deelmarkten zij zich met hun specifieke kwaliteiten kunnen infiltreren en hun activiteiten kunnen uitbouwen. Wat tot voor kort “krenten in de pap” genoemd werd, zal op korte termijn meer als “een specialisme” (kernfunctie of kerntaak) gezien gaan worden. Het lijkt Branchebelang Thuiszorg Nederland een uitstekende ontwikkeling dat partijen zich met name richten op die zaken waar ze goed in zijn. Naar de mening van Branchebelang Thuiszorg Nederland zijn cliënten beter af met organisaties (aanbieders) die zich met name richten op “core business” in plaats van het insteken op monopolie. Monopolie maakt dat organisaties min of meer op lange termijn onbestuurbaar worden en de kostprijs van het product oneigenlijke vormen aan zal nemen. Het belangrijkste probleem dat ontstaat is dat de cliënt niet meer weet waar hij of zij aan toe is.  

Vraag 4:

Vormt de WZV (Wet Ziekenhuis Voorzieningen) in de praktijk een belangrijke beperking om de functie verblijf aan te gaan bieden dan wel uit te breiden?

Antwoord:

De WZV vormt een belangrijke beperking en vraagt om afschaffing. Op het moment dat de WZV wordt afgeschaft en er ruimte wordt geboden aan partijen om meer op eigen initiatief activiteiten op het gebied van bouw gekoppeld aan zorg te ontwikkelen, dan ontstaat er een situatie dat de benodigde capaciteit in verband met de huidige WZV meer aangepast zal worden aan de vraag van de cliënt en organisaties zullen hier creatiever mee om gaan. Op dat punt ontstaat er op dat moment concurrentie op het gebied van functie verblijf. Een belangrijke ontwikkeling, daar op dat moment de monopolie van de huidige zorgleveranciers welke gelijktijdig het verblijf mee mogen regelen, doorbroken zal worden.   

Vraag 5:

Is nacalculatie een voldoende voorwaarde voor aanbieders om hun beleid (beter) af te stemmen op de vraag?

Antwoord:

Branchebelang Thuiszorg Nederland is de mening toegedaan dat nacalculatie, gebaseerd op een goede kostprijs- en verkoopprijsberekening, op dit moment een voldoende voorwaarde zou zijn voor aanbieders om hun beleid beter af te stemmen op de vraag. Een belangrijke kanttekening die daarbij wel geplaatst moet worden, is dat dit dan wel moet gelden voor alle aanbieders en niet alleen voor bijvoorbeeld thuiszorg. Bij thuiszorg is op dit moment een volledige nacalculatie aan de orde, terwijl bij andere partijen (m.u. intramurale instituten) er duidelijke sprake is van meerdere voorwaarden, waardoor voor wat betreft de bedrijfsvoering niet echt sprake is van grote risico’s! Met andere woorden, die partijen kun je niet echt zien als echte marktpartijen (= oneerlijke concurrentie)!

Vraag 6:

Verwacht u dat zorgaanbieders als gevolg van de functiegewijze bekostiging en/of het verdwijnen van de contracteerplicht een financiële prikkel krijgen om te concurreren?

Antwoord:

Ja. Indien voldaan wordt aan het feit dat er een volledige output financiering zal plaatsvinden, met andere woorden “boter bij de vis” of zoals ook wordt gesteld “uurtje factuurtje”, en als daarnaast de contracteerplicht voor zorgkantoren verdwijnt, dan zal er met name meer een slag plaatsvinden op tarief in plaats van alleen maar op het gebied van kwaliteit.

Branchebelang Thuiszorg Nederland heeft de kwaliteit voor wat betreft de zorg hoog in het vaandel staan, maar de laatste decennia is er meer aandacht besteed aan de kwaliteit dan aan met name aan de kosten/baten kant voor wat betreft de zorg.

Naar de mening van Branchebelang Thuiszorg Nederland is de beste prikkel om enerzijds te gaan naar, zoals gesteld, volledige outputfinanciering en anderzijds de contracteerplicht voor zorgkantoren op termijn af te schaffen. Wel moet er dan de mogelijkheid zijn dat zorgaanbieders bij alle zorgkantoren in Nederland contractafspraken kunnen maken. Met andere woorden, indien er bij de ene partij (zorgkantoor) in de regio geen afspraak gemaakt kan worden, dan moet het zorgkantoor in een andere regio benaderd kunnen worden om eventueel wel die productieafspraak voor het komend jaar te kunnen maken. Op die wijze kan de zorgaanbieder blijven functioneren ook in het gebied van het zorgkantoor waar men geen productieafspraken mee kan maken! 

Vraag 7:

Wat betekent de bevoegdheid van de Minister van VWS om tariefaanwijzingen te geven voor de mogelijke financiële prikkel voor zorgaanbieders om te concurreren?

Antwoord:

Die bevoegdheid van de Minister van VWS betekent niets anders dan dat zowel op regionaal niveau als op landelijk niveau partijen niet in staat zijn om zelf die financiële prikkel te realiseren. Hieraan ligt met name ten grondslag de zwakke positie van een groot aantal zorgkantoren in Nederland. Ongeveer 40 % van de zorgkantoren in Nederland zijn nog niet in staat om daadwerkelijk de concurrentie zelf de realiseren.  

Vraag 8:

In hoeverre zal er sprake zijn van een “verschuiving” van volumes tussen de AWBZ-zorgaanbieders als gevolg van de gemitigeerde contracteerplicht?

Antwoord:

Naar de mening van Branchebelang Thuiszorg Nederland is het zo dat op het moment dat de contracteerplicht voor zorgkantoren wordt afgeschaft er waarschijnlijk alleen maar gecontracteerd zal worden met de “grote organisaties”. Het gevolg zal zijn dat de situatie van voor begin jaren ’90 bestendigd zal blijven en de concurrentie niet zal plaatsvinden. Daarnaast zullen de tarieven dus stijgen en zullen de kosten van de gezondheidszorg toenemen. Als belangrijkste ontwikkeling zal er geen vraagsturing, maar nog meer aanbodsturing plaatsvinden, zodat de cliënt minder, of zeg maar gerust weinig of geen, ruimte zal krijgen om zelf keuzes te maken.

Branchebelang Thuiszorg Nederland is een voorstander van het toelaten van meerdere aanbieders per regio en ook een voorstander van open contracten tussen zorgkantoren en de aanbieders. Er wordt tussen zorgaanbieder en zorgkantoor een tarief afgesproken en de zorgaanbieder moet er zelf voor zorg dragen dat de cliënt voor hem of haar zal kiezen. Cliënten kunnen dan daadwerkelijk kiezen. Zorgkantoren en brancheorganisaties hebben op dat moment alleen nog belang bij het feit dat de partijen welke worden gecontracteerd, voldoen aan de kwaliteit en dat ze aan de functies zoals genoemd binnen de AWBZ kunnen voldoen.  

Vraag 9:

In hoeverre verwacht u dat zorgaanbieders gebruik zullen maken van de toegenomen ruimte voor productdifferentiatie en/of specialisatie?

Antwoord:

Zoals eerder gesteld zullen organisaties binnen de zorgmarkt insteken op hun eigen kwaliteit. Er zullen meer specialisten en meer gedifferentieerde organisaties ontstaan, waardoor het aanbod pluriform zal worden en waardoor de cliënt (zorgverzekeraar) meer mogelijkheden tot keuzes zal krijgen en een eigen zorgarrangement kan worden vastgesteld. 

Vraag 10:

Welke rol kan het al dan niet afschaffen van de contracteerplicht hierin vervullen?

Antwoord:

Zie antwoord op vraag 8. 

Vraag 11:

In welke mate zullen prikkels vanuit de vraagkant (zorgkantoren en patiënten) daadwerkelijk zorgen voor productdifferentiatie en innovatie?

Antwoord:

Op dit moment is er nog niet echt sprake van een cliëntengroep die daadwerkelijk kan en wil kiezen voor wat betreft de leveranties van zorg. De generatie die komt (op dit moment jonger dan 50 jaar) zal zeer zeker zelf de keus van zorgaanbieder en product willen maken. Met andere woorden, op dit moment zullen wij met elkaar de voorbereidingen moeten treffen voor een golf aan zorgvragen die komen binnen nu en 10 jaar! 

Vraag 12:

Onderschrijft u deze conclusie van de NMA?

Antwoord:

Artikel 68 en 69 wordt volledig onderschreven. Voor wat betreft artikel 70 kan Branchebelang Thuiszorg Nederland het niet eens zijn met het feit dat het zorgkantoor de AWBZ zorgaanbieders kan selecteren mede als gevolg van de gemitigeerde contracteerverplichting. Hieraan ligt weer ten grondslag het uitgangspunt wat beschreven is bij vraag 8 c.q. antwoord 8.  

Vraag 13:

Bestaan er wettelijke belemmeringen om vraagsturing in de AWBZ sector te laten plaatsvinden, zo ja welke?

Antwoord:

Naar de mening van Branchebelang Thuiszorg Nederland voldoet de modernisering AWBZ per

1 april 2003 als beleidsregel in grote lijnen aan het feit dat er zeer zeker wel vraagsturing in de AWBZ sector kan gaan plaatsvinden. Op een tweetal punten nog niet, te weten:         

      a.   de oneerlijke concurrentie inzake de BTW problematiek (zie bijlage 1/vraag 1);

      b.   en de ontbrekende voorwaarden in een groot aantal regio’s (zie vraag 14). 

Vraag 14:

Bestaan er feitelijke belemmeringen om de vraagsturing in de AWBZ sector te laten plaatsvinden? Zo ja welke?

Antwoord:

a.       De rol van het zorgkantoor is in een aantal regio’s nog zeer belemmerend voor een daadwerkelijke vraagsturing. Zorgkantoren zorgen ervoor dat zij alleen die partijen welke zij zelf kennen benaderen en contracteren. Zorgkantoren zijn in die regio’s niet bestand tegen de kracht van de reguliere bestaande aanbieders.

b.      Cliënten zijn voor een groot aantal nog niet voldoende toegerust om daadwerkelijk zelf de vraag te stellen.

c.       RIO’s. RIO’s vormen in vele regio’s nog een zeer bedenkelijke rol in verschillende regio’s is het zo dat medewerkers van het RIO vroeger werkten (1-2 jaar geleden) bij reguliere aanbieders. Deze medewerkers sturen cliënten nog direct richting hun vroegere werkgever of met name oud reguliere aanbieders. Er zijn honderden casuistieken bekend dat cliënten ook al wilden zij persé naar een nieuwe aanbieder door de medewerkers van het RIO verwezen werden richting de zogenaamde oud-regulieren partijen welke dus niet gekozen was door de cliënt!

d.      BTW problematiek (zie vraag/antwoord 1 en 13).

Met name op de punten A en C zal de NMA zich moeten richten hier liggen een aantal feitelijke vervuilende actoren en factoren welke de concurrentie een marktwerking binnen de gezondheidszorg tegenhouden. Voor wat betreft het RIO kan men zich inmiddels de vraag stellen gezien de enorme investering (€ 134 miljoen) of dit  wel de oplossing is binnen het marktgericht denken. Op moment dat een volledige liberalisering wordt doorgezet en die cliënt zelf de vraag kan stellen dan moet de mogelijkheid er zijn dat in gezamenlijkheid met het zorgkantoor de zorgaanbieder en de cliënt de indicatie wordt gesteld. Op dat moment zijn RIO’s volledig overbodig en is er opnieuw een bureaucratisch fenomeen weggestreept waardoor er ongeveer € 134 miljoen extra vrijkomt voor de zorg! 

Vraag 15:

In hoeverre verdient het, gelet op het voornamelijk regionale karakter van de AWBZ zorgmarkt, aanbeveling om over deze marge de omzetdrempels voor concentratiecontrole te verlagen?

Antwoord:

In een eerste reactie is Branchebelang Thuiszorg Nederland voor een verlaging van de omzetdrempels omdat op die wijze meerdere partijen te maken krijgen met het aspect van de concentratie controle. Het is naar de mening van Branchebelang Thuiszorg Nederland op dit moment zo dat er weinig of geen meldingen binnen zijn gekomen inzake een concentratie tussen twee of meer AWBZ zorgaanbieders omdat inderdaad de geldende omzetdrempels te hoog liggen. 

Vraag 16:

In welke mate kunnen naar uw mening vormen van betrokkenheid van zorgaanbieders bij overheidsbeslissingen zoals zorgtoewijzing beslissingen de concurrentie tussen zorgaanbieders beperken?

Antwoord:

Het ontstaan van Branchebelang Thuiszorg Nederland, 5½ jaar geleden, is met name voortgekomen uit dit gegeven. De Landelijke Vereniging voor Thuiszorg, Arcares en andere vertegenwoordigers van zorgaanbieders hadden in gezamenlijkheid een enorme invloed op overheidsbeslissingen en beperken op die manier de rol van commerciële/private zorgaanbieders.

Nu Branchebelang Thuiszorg Nederland, op beperkte wijze overigens, mede invloed uitoefent op het overheidsbeleid zien wij een redelijke omslag inzake de concurrentie mogelijkheden. Ook al is dit in een aantal regio’s nog zeer beperkt aangezien zorgkantoren en RIO’s in die regio nog een sterke voorkeur hebben voor de oud-reguliere zorgaanbieders. 

Vraag 17:

Zijn de wettelijke toetredingsdrempels naar uw mening in voldoende mate verlaagd om toetreding van nieuwe aanbieders daadwerkelijk te laten plaatsvinden? Verwacht u hierbij verschillen per deelsector?

Antwoord:

Branchebelang Thuiszorg Nederland is de mening toegedaan dat de wettelijke toetredingsdrempels voldoende zijn verlaagd om toetreding van nieuwe aanbieders daadwerkelijk te laten plaatsvinden. De toetreding zal voor wat betreft de deelsectoren (functies) met name zich richten op huishoudelijke verzorging, verzorging en verpleging is de mening van Branchebelang Thuiszorg Nederland.  

Vraag 18:

Zijn er naast wettelijke belemmeringen ook feitelijke belemmeringen tot toetreden?

Antwoord:

De feitelijke belemmeringen liggen met name in het feit dat er in een groot aantal regio’s, zoals eerder genoemd, zorgkantoren niet bereid zijn of weinig bereid zijn om landelijk toegelaten aanbieders toe te laten in “hun werkgebied”. Te weinig wordt hierbij rekening gehouden met de keuzevrijheid van de cliënt en de mogelijkheden van de zorgaanbieders om landelijk te opereren. Daarnaast, ook al eerder genoemd, is het zo dat een groot aantal RIO’s (Regionale Indicatie Organen) in Nederland nog niet echt onafhankelijk opereren. Dit heeft alles te maken met het feit dat hier een groot aantal medewerkers welke functioneren bij het RIO in een eerder stadium in dienst waren bij de oud-reguliere zorgaanbieders! En op dit moment het merendeel van de cliënten dan ook verwezen wordt richting de oud-reguliere aanbieders! Een grove overtreding, maar het gebeurt dagelijks! De vraag die men zich de komende periode zal moeten stellen (en al eerder aangegeven) is of dat Regionale Indicatie Organen daadwerkelijke meerwaarde hebben in het kader van het doorzetten van de modernisering van de AWBZ. Op het moment dat cliënten vrij zijn om te kiezen is het naar de mening van Branchebelang Thuiszorg Nederland niet nodig dat daar een fenomeen als Regionale Indicatie Organen tussen zitten. Naast het feit dat zij geldverslindend zijn (op dit moment € 134 miljoen)levert het zowel bij klanten als bij zorgaanbieders enorm veel onvrede op voor wat betreft de wijze waarop geïndiceerd wordt (lange wachtlijsten en meestal niet die richting uit waar cliënt zelf wil)! Naar de mening van Branchebelang Thuiszorg Nederland kan de indicatiestelling door de zorgaanbieder in samenwerking met de cliënten door het zorgkantoor uitgevoerd worden. Dit is een veel effectievere en efficiënte wijze van indiceren. 

Vraag 19:

In hoeverre bent u van mening dat de overheid het scheiden van wonen en zorg verder zou moeten stimuleren ten einde meer zorgaanbod te creëren?

Antwoord :

Branchebelang Thuiszorg Nederland is het volledig eens met de stelling van het NMA zoals genoemd in artikel 86. Naast het feit dat Branchebelang Thuiszorg Nederland overtuigd is van het feit dat de overheid het scheiden van wonen en zorg verder zou moeten stimuleren om daardoor meer zorgaanbod te creëren is het anderzijds zo dat indien de overheid dit niet doet de zorg onbetaalbaar zal worden aangezien het merendeel van de potentiële cliënten van de huidige potentiële cliënten dan op langere termijn opgenomen zouden moeten worden in intramurale instellingen welke op dit moment nog niet gerealiseerd zijn (op dit moment is er al een tekort van 7.000 tot 8.000 verzorgings - en verpleeghuis bedden). 

Vraag 20:

Kan het voornemen om de contracteerplicht te laten vervallen invloed hebben op de concurrentiepositie van de AWBZ zorgaanbieders?

Antwoord:

In een groot aantal regio’s in Nederland zullen de zorgkantoren er dan voor zorgdragen dat met name niet gecontracteerd zal worden met nieuwe aanbieders. Deze stelling name kan Branchebelang Thuiszorg Nederland staven aan een groot aantal casuïstieken welke de laatste jaren bij Branchebelang Thuiszorg Nederland zijn gepasseerd. Op dit moment is het nog zo dat in een groot aantal regio’s selectief met partijen wordt omgegaan ondanks de contracteerplicht.  

Vraag 21:

Zijn zorgkantoren naar uw visie voldoende erop gericht of in staat om selectief in te kopen bijvoorbeeld door zorgaanbieders die zich extra inspannen getroosten te belonen?

Antwoord:

Branchebelang Thuiszorg Nederland ziet een groot aantal zorgkantoren worstelen met dit probleem. Enerzijds zou men graag afspraken willen maken met nieuwkomers op de markt anderzijds is men in verband met de schaarste op de markt (voor wat betreft zorgaanbieders) haast gedwongen om afspraken te blijven maken met de reguliere grote zorgaanbieders in de regio’s. In andere gebieden ziet Branchebelang Thuiszorg Nederland een geheel andere werking waarbij het zorgkantoor alleen maar de keus maakt om de grote reguliere zorgaanbieder welke al jaren functioneert in de regio min of meer als enige te zien als de enige echte zorgaanbieder in de regio waardoor andere partijen welk gecontracteerd worden (dit in verband met de contracteerplicht) maar niet echt als serieuze partij worden onderkend! 

Vraag 22:

Wordt de toetreding van nieuwe zorgaanbieders volgens u beperkt door het feit dat er vaak maar één (1) inkoper is (het Zorgkantoor)?

Antwoord:

Branchebelang Thuiszorg Nederland is de mening inderdaad toegedaan dat toetreding van nieuwe zorgaanbieders vooral beperkt wordt door het feit dat er vaak maar één (1) inkoper is! 

Vraag 23:

Zijn zorgkantoren naar uw inzicht bereid om ook met kleine nieuwe zorgaanbieders te contracteren?

Antwoord:

Er zijn zeer zeker regio’s in Nederland te benoemen waar zorgkantoren gaarne bereid zijn om met kleine nieuwe zorgaanbieders te contracteren. Dit om de concurrentie in de werkgebieden waarin zij functioneren te optimaliseren. Zoals eerder gesteld zijn er ook nog een groot aantal regio’s (om en nabij de 40%) waar zorgkantoren met name kiezen voor oud-reguliere zorgaanbieders en weinig of geen belang zien in het hebben van meerdere aanbieders. Branchebelang Thuiszorg Nederland is gaarne bereid om op dit punt opening van zaken te geven! 

Vraag 24:

Acht u het nodig dat de verzekerden meer instrumenten in handen krijgen om een vraagmacht uit te oefenen?

Antwoord:

Ja. Branchebelang Thuiszorg Nederland acht dit zeer zeker wel nodig. Hierbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan het feit dat cliënten een overstap moeten kunnen maken van het ene naar het andere zorgkantoor, zoals dat ook moet gelden voor aanbieders. 

Vraag 25:

Kunnen de PGB houders naar uw mening voldoende vraagmacht jegens AWBZ zorgaanbieders uitoefenen?

Antwoord:

Neen. Dit komt met name voort uit het feit dat de tarieven voor PGB 25% gemiddeld lager liggen als de maximum CTG tarieven voor AWBZ in natura. 

Vraag 26:

Is het PGB naar uw mening zowel kwantitatief als kwalitatief een volwaardig alternatief voor de zorg die de verzekerden in natura krijgen?

Antwoord:

Op dit moment is dit zeer zeker niet aan de orde. Zie ook antwoord op vraag 25. 

Vraag 27:

Hebben zorgkantoren voldoende prikkels om een concurrerend inkoopbeleid te ontwikkelen als verzekerden niet kunnen switchen?

Antwoord:

Zorgkantoren hebben onvoldoende prikkels om een concurrerend inkoopbeleid te ontwikkelen. Het is dan ook niet voor niets dat diverse verzekeraars al hebben aangegeven dat zij in de toekomst af willen van het huidige zorgkantoor. Concurrentie tussen zorgkantoren zou één van de meest geëigende oplossingen zijn. 

Vraag 28:

Op welke wijze laten de zorgkantoren hun inkoopbeleid bepalen door de wens van de verzekerden?

Antwoord:

Branchebelang Thuiszorg Nederland heeft tot dusver niet echt veel zorgkantoren kunnen ontdekken welke hun inkoopbeleid bepalen door de wens van de verzekerden. Men laat zich op dit moment nog erg sturen door “historisch gedrag”.

Met andere woorden in veel regio’s wordt nog niet anders gehandeld als men eerder deed als verbindingskantoor tussen zorgaanbieders en de overheid!

Hierbij is het belangrijk te melden dat veel zorgkantoren nog niet of te weinig stilstaan bij het feit dat de cliënt centraal hoort te staan en die cliënt uiteindelijk de keuze zelf bepaalt!

Het zorgkantoor is meer een beheerder van middelen dan een beheerder van de belangen van de cliënt in deze! 

Vraag 29:

In hoeverre zouden mogelijke problemen van zorgaanbieders met de zorgkantoren opgelost kunnen worden door de aanbesteding verplicht te stellen!

Antwoord:

Om een zekere mate van controle op het inkoopbeleid van zorgkantoren te realiseren lijkt de mogelijkheid om zorgkantoren te verplichten zorg in te kopen via een aanbestedingsprocedure een insteek. Mocht dit ook onvoldoende werken dan komt het toch neer op het feit dat de beste mogelijkheid is om de zorgkantoren te ontbinden en de zorginkoop weer onder te brengen bij zorgverzekeraars.  

Vraag 30:

Onderschrijft u deze conclusie van de NMA?

Antwoord:

Branchebelang Thuiszorg Nederland onderschrijft de conclusie van de NMA. Branchebelang Thuiszorg Nederland is gaarne bereid om mee te werken aan het optimaliseren van de mededinging op het gebied van het aanbieden van de AWBZ zorg.  

  NMa CONSULTEERT DE BRANCHE OVER DE AWBZ
De NMa wil een analyse maken van de actuele stand van zaken met betrekking tot de mogelijkheid voor concurrentie op de AWBZ-zorgmarkten.
meer...

WEDEROM BTN-KEURMERKEN OVERHANDIGD!
Tijdens de ledenvergadering van BTN op 4 juni jl. zijn wederom een aantal BTN-keurmerken uitgereikt.
meer...

TEVREDEN
De medewerkers in de thuiszorg en de kraamzorg zijn positiever over hun werkomstandigheden dan twee jaar geleden
meer...

naar het nieuwsarchief

Print
Terug