Hans Buijing (BTN): ‘Waardigheid en trots moet een onomkeerbare beweging in gang zetten’

Verpleeghuizen mogen geen eindstation zijn. We moeten opname in een verpleeghuis gaan zien als een omkeerbare situatie, stelt Hans Buijing van BTN. Met de juiste inzet van alle professionele partijen en versterking van de sociale structuur rondom een kwetsbare oudere moet het mogelijk zijn thuis blijven bij toenemende kwetsbaarheid tot in de laatste levensfase mogelijk te maken.

Het programma Waardigheid en trots, stelt Hans Buijing (interim voorzitter Branchebelang Thuiszorg Nederland), is geen doel op zich, maar een middel. ‘Het gaat om veel meer dan alleen kwaliteitsverbetering in verpleeghuizen’, zegt hij. ‘Mijn hoop is dat het programma een beweging in gang zet die zoveel kracht krijgt dat ze onomkeerbaar wordt. Dit is ook een opdracht voor onszelf. We willen dat verpleeghuiszorg niet meer als eindstation wordt gezien en dat mensen altijd ook thuis verpleeghuiszorg kunnen ontvangen.’

Kars Hazelaar (bestuursvoorzitter Opella) voegt toe: ‘Precies om diezelfde reden zijn wij vier jaar geleden meegegaan in het experiment regelarme instellingen. Het gaat niet om regels, het gaat alleen om cliënten. We zijn er als samenleving aan gewend geraakt hen in de laatste fase van hun leven op te nemen in verpleeg- en verzorgingshuizen en wat wij nu willen is deze mensen de regie over hun eigen leven teruggeven. Dit vraagt erom dat we de ruimte krijgen om hun belangen centraal te stellen en professionals de ruimte te geven om in aansluiting op hun belangen te handelen. De omslag naar cliëntvolgende financiering die nu binnen Waardigheid en trots is gemaakt, is hierbij een voorwaarde.’

Eigen regie behouden

BTN is na V&VN, Verenso, NPCF en ActiZ de vijfde en laatste branchepartij die werd gevraagd om in een interview te reflecteren op het programma Waardigheid en trots. Al deze partijen hebben inbreng gehad in de totstandkoming van het programma. Het interview vindt plaats bij Opella, omdat Buijing deze zorgaanbieder had aangewezen als een organisatie die goed invulling geeft aan de doelstelling van het programma Waardigheid en trots: de houdbaarheid van de langdurige zorg versterken en verbeteren. ‘We zijn allemaal gewoon mensen’, zegt Buijing, ‘en ook als we oud of ziek worden hebben we nog steeds de wens eigen regie te behouden. Waardigheid en trots biedt een window of opportunity om hierop door te pakken en dat sluit precies aan op de visie die wij als BTN op de zorg hebben. Die visie is dat de zorg zoveel mogelijk thuis moet worden geboden. Het kan altijd mogelijk zijn dat iemand gedwongen door de omstandigheden naar een zieken- of verpleeghuis moet, maar we vinden niet dat dit per definitie een eindstation mag zijn. Verpleeghuizen zijn opgezet op basis van de waarden van anderen dan degenen
voor wie ze bestemd zijn. Je moet dus altijd kijken of het mogelijk is voor iemand om weer naar huis terug te keren. En kan dat niet, dan moet je organiseren dat het leven in dat verpleeghuis thuis wordt.’

Samenwerking nodig

Van oudsher was Opella heel intramuraal gericht, weet diabetesverpleegkundige Greet den Boon. ‘Dat is nu niet meer zo’, zegt ze. ‘We sluiten aan bij het overheidsbeleid om mensen ook bij toenemende kwetsbaarheid op verantwoorde wijze in hun vertrouwde omgeving te laten wonen en ze daar de zorg te bieden die ze nodig hebben. Dat is een zoektocht, want het vraagt betrokkenheid van de huisarts, die wel de kennis in huis heeft maar die onvoldoende georganiseerd is om dit zelfstandig te regelen. Kwetsbare mensen op tijd in beeld brengen zodat je tijdig op hun zorgvraag kunt inspelen vraagt dus samenwerking.
Je kunt er niet mee volstaan om tegen een ouder iemand met diabetes te zeggen: u moet meer gaan wandelen. Je moet per individu op zoek naar wat haalbaar is voor iemand en welke wensen iemand nog heeft in de laatste fase van zijn leven.’ Dit betekent dat ook de verbinding moet worden gelegd tussen zorg en welzijn, stelt Buijing. ‘Kijk eens naar de preventiekracht die kan ontstaan door mensen uit de eenzaamheid te halen’, zegt hij.Waardigheid en trots

De omslag in denken die binnen Opella is gemaakt, heeft gevolgen op alle niveaus. Geeske Telgen, voorzitter van de centrale cliëntenraad, legt uit: ‘Bij vraagsturing en participatie hoort ook een andere dan de traditionele invulling van de cliëntenraad. We zijn voor de intramurale setting gaan werken met familieraden, kleinschalige overlegraden die samen met de medewerkers van de organisatie op zoek gaan naar wat goed gaat en wat beter kan. We gaan dit nu ook extramuraal vormgeven. Het staat nog in de kinderschoenen, maar het is de bedoeling hiervoor tot een platformoverleg te komen waarin ook de huisarts, de apotheker en de wijkverpleegkundige zitting hebben. Het doel is vroegtijdig in kaart te
brengen wat mensen nodig hebben zodat daarop direct kan worden ingespeeld.’

Steen in de vijver

Dat is echt omdenken, vindt Buijing. ‘Waardigheid en trots is echt de steen in de vijver’, zegt hij, ‘maar de rimpelingen moeten zich nog veel verder verspreiden. Daarom is het belangrijk goede voorbeelden, zoals dit wat Geeske vertelt, te delen. Niet per se als blauwdruk maar wel om te laten zien dat in samenwerking de beweging op gang kan komen. Maar het moet verder gaan dan goede voorbeelden delen alleen. Als je de langdurige zorg wilt versterken en verbeteren, heeft dit ook gevolgen voor de verpleegkundige en verzorgende opleidingen.’ Daarin heeft Opella al stappen gezet, zegt Hazelaar, door met de ROC’s in de omgeving en met de christelijke hogeschool in Ede een nieuwe onderwijsstructuur op te zetten.

Dan ontstaat weer ruimte om de mensen op de werkvloer aan te spreken op de redenen waarvoor ze voor de zorg hebben gekozen, zegt Buijing. ‘Daarvoor is lange tijd veel te weinig ruimte geweest omdat de nadruk zo sterk heeft gelegen op veiligheid. Nu moet weer ruimte worden gegeven om risico’s te durven nemen.’ Hazelaar knikt en zegt: ‘Stel de vraag waarom iemand op een gegeven moment niet langer thuis kan blijven wonen en het antwoord luidt steevast: omdat het niet meer veilig is. Het gaat vrijwel nooit om
een medische reden. Onbedoeld heeft dit een enorme druk gelegd op veiligheidsdenken in de verpleeghuizen. Als iemand thuis over een kleedje struikelt, komen buurtgenoten helpen. Als het in een verpleeghuis gebeurt, komt Zembla.’

Toch is het heel waardevol om die nadruk op veiligheid los te laten, zegt Den Boon. Ze vertelt: ‘Ik heb zorg geboden aan een man in de thuissituatie die aan het dementeren was. Zijn vrouw twijfelde of ze hem zijn fiets moest afnemen omdat het mogelijk niet meer veilig voor hem was om te fietsen. Maar fietsen was zijn lust en zijn leven en ze heeft daarom besloten hem toch zijn gang te laten gaan. Na een half jaar eindigde dit in een helaas fataal ongeluk. Sommige mensen waren toen boos op haar. Maar ik heb haar
gezegd: je hebt je man juist in dat laatste halve jaar de ruimte gegeven om heel gelukkig te zijn.’

Investeren aan de voorkant

Toen het kabinet liet weten in te zetten op mensen ook bij toenemende kwetsbaarheid langer thuis te laten wonen, werd snel duidelijk dat het traditionele verzorgingshuis geen toekomst meer had. Intramurale aanbieders in de ouderenzorg werden voor de keus geplaatst: actief blijven of worden in de intra- én extramurale keten of zich alleen concentreren op de zwaardere verpleeghuiszorg. ‘Wij hebben de goede keuze gemaakt door ons op de hele keten te richten’, zegt Hazelaar. ‘Nu zie je dat iemand bij
voortschrijdende dementie de laatste twee jaar van zijn leven in een verpleeghuis doorbrengt. Bij diens opname is de mantelzorger gevloerd en de cliënt komt in een nieuwe omgeving met allemaal nieuwe mensen, wat voor enorme verwarring zorgt. De chaos regeert omdat op stel en sprong beslissingen moeten worden genomen. Het is veel beter om al aan de voorkant, bij de eerste tekenen van dementie, te investeren in de familieverbanden en het in stand houden van de sociale omgeving van die persoon. Dan
wordt verpleeghuiszorg echt een last resort.’ Buijing knikt en zegt: ‘De preventie, de verbinding met het lokale netwerk, daar gaat het om. Daarover praten we ook in de taskforce van Waardigheid en Trots, want dát is de beweging die we willen bewerkstelligen.’ En als dat lukt, vult Hazelaar aan, zal het verpleeghuis gaandeweg uit het Hollandse landschap verdwijnen. ‘Nederland is het meest geïnstitutionaliseerde land ter wereld’, zegt hij, ‘en dat is helemaal niet nodig.’

Interview door Frank van Wijck

 

 

Origineel Interview met Hans Buijing over het programma Waardigheid en Trots

Plaats een reactie