Persbericht, 7 juni 2016
Continuïteit van zorg in gedrang door krappe budgetten wijkverpleging
Begin juni heeft branchevereniging BTN onder haar leden een enquête uitgezet met betrekking tot de inkoop van wijkverpleegkundige zorg in 2016. Hierbij is specifiek uitvraag gedaan naar onder andere de beschikbare budgetten, mogelijke cliëntenstops en het contact hiervoor met verzekeraars.
De uitkomsten van dit onderzoek baart BTN grote zorgen.

Figuur 1: Verwacht u voor 2016 een overschrijding van uw budgetafspraken?
Bijna 20% van de respondenten geeft aan nu al (juni 2016) al het budgetplafond voor het gehele jaar te hebben bereikt. Maar liefst nog 34% geeft daarnaast aan op dit moment nog geen overschrijding van het jaarbudget 2016 te hebben, maar verwacht dit wel op korte termijn.[1] De verwachting is hiermee dat meer dan de helft van de BTN-achterban na de zomer geen budgetruimte meer zal hebben voor het leveren van wijkverpleegkundige zorg aan nieuwe cliënten. Daarnaast is waarschijnlijk dat ook de zorg voor bestaande cliënten in het gedrang zal komen, omdat organisaties in financiële problemen dreigen te raken. Bij 20% van de contracten verwacht de zorgaanbieder een probleem om de continuïteit van zorg voor bestaande cliënten te garanderen.
Ontstaan er hierdoor wachtlijsten? Worden cliëntenstops ingevoerd? In veel gevallen geven zorgaanbieders aan (nog) geen cliëntenstop te hebben. Grotendeels omdat de zorgplicht van zorgverzekeraars in contracten is neergelegd bij de zorgaanbieders. Bovendien zijn de meeste zorgaanbieders loyaal aan cliënten die specifiek voor hun organisatie kiezen. Toch geeft ruim een kwart van de respondenten aan een cliëntenstop te hanteren of te gaan invoeren, uit noodzaak, omdat te krappe budgetten hen geen keuze laat. Veelal gebeurt dit in overleg met de verzekeraar. Cliënten worden door zorgverzekeraars doorverwezen naar zorgorganisaties waar nog wel ruimte in het budget is. Dit is belangrijk om ervoor te zorgen dat cliënten passende zorg krijgen en ook blijven behouden. BTN betreurt het dat met deze werkwijze de cliëntkeuze stevig wordt beperkt. Klantgerichtheid betekent in de ogen van BTN dat cliënten/verzekerden zorg kunnen afnemen bij de zorgaanbieder waar de eerste voorkeur ligt.
In enkele gevallen dreigt discontinuïteit van zorg door faillissement. Daarnaast geven BTN-leden aan dat er ontslagen zullen vallen op de werkvloer als er geen budget bij komt. Einde budgetruimte betekent immers niet einde personeelslasten. Ontslagen lijken helaas onvermijdelijk. Verbetering van de kwaliteit van zorg door teloorgang van sterke lokale netwerken rondom de cliënt wordt hiermee tevens deels teniet gedaan.
In vrijwel alle gevallen zijn budgetafspraken tussen zorgaanbieders en verzekeraars gemaakt op basis van de eerste helft van het jaar 2015. Gedurende 2015 is gebleken dat veel zorgaanbieders tegen het budgetplafond aanliepen. Dit ondanks een forse inzet om doelmatig te werken en de zorginzet te verminderen. Door de transitie blijven mensen langer thuis wonen en wordt dus ook de zorgvraag van mensen thuis complexer. Hierdoor stijgt de vraag naar wijkverpleegkundige zorg thuis.
Bijstelling van de contracten en budgetafspraken op basis van realistische cijfers blijkt in veel gevallen (nog) niet mogelijk. De respondenten geven aan niet of met moeite in gesprek te komen met de betreffende zorgverzekeraar. Als er een gesprek tot stand komt, geven zorgverzekeraars doorgaans niet thuis.
Uit de enquête komt duidelijk naar voren dat de problemen in veel mindere mate spelen bij de kleinere zorgverzekeraars. Zowel op het gebied van communicatie tussen zorginkoop en zorgaanbieders als op de inhoud van de contracten doen de kleinere zorgverzekeraars het beter. Hier is veelal geen strikt budgetplafond en is er meer ruimte voor een gesprek. Zorgaanbieders ervaren de grootste problemen voornamelijk bij de vier grote verzekeraars (Zilveren Kruis, VGZ, Menzis, CZ).

Figuur 2: Hoe ervaart u het contact met uw zorgverzekeraar, cq zorginkoper, over het overschrijden van het budget? (Uitgesplitst per verzekeraar, hier Zilveren Kruis, CZ en Zorg&Zekerheid).
BTN acht het van groot belang dat de problemen tijdig onder ogen worden gezien en dat partijen gezamenlijk zoeken naar mogelijke oplossingen. Ook met het oog op het overeind houden van goed functionerende zorgnetwerken. De verzekeraars melden graag dat zij geen rol hebben in het overeind houden van zorgaanbieders, maar hebben wel verantwoordelijkheid voor een goede en adequate zorginfrastructuur. Het wegvallen van organisaties en het verlies van banen in de zorg helpt daar in onze ogen niet bij.
BTN roept verzekeraars en aanbieders dan ook op om met elkaar in gesprek te gaan en samen te zorgen dat cliënten de wijkverpleegkundige zorg kunnen blijven ontvangen die zij nodig hebben.
BTN zal de informatie uit de enquête delen met de NZa ten behoeve van het toezicht op de zorgplicht van de zorgverzekeraars.
[1] Waar geen budgetoverschrijding wordt verwacht gaat het in veel gevallen om contracten met kleinere verzekeraars zonder strikt budgetplafond.
Origineel: Persbericht enquete inkoop wijkverpleging